Interview – Karlijn Swinkels

Karlijn Swinkels ParkhotelZe is nog maar 18 jaar oud en daarmee de jongste renster van het Parkhotel Valkenburg – DESTIL Cycling Team. Karlijn Swinkels toonde zich vorig jaar de sterkste door wereldkampioen tijdrijden bij de junioren te worden. Het seizoen erna rijdt zij voor Parkhotel Valkenburg – DESTIL Cycling Team. En ze is blij om in deze ploeg de volgende stap te maken.

“Ik ben blij om voor deze ploeg te rijden, we hebben een leuke groep rensters bij elkaar, aldus de jonge Brabantse renster. “Voor het WK in Qatar had ik al contact met de ploeg en daaruit bleek dat zij interesse in mij hadden. Toen ik daarna wereldkampioen werd is het snel gegaan en was het al snel duidelijk dat ik dit jaar voor deze ploeg zou gaan rijden.” De belangstelling voor de kersverse wereldkampioene was groot. “Natuurlijk waren er ook andere ploegen geïnteresseerd, waaronder ook een aantal grote ploegen. Toch heb ik besloten om voor deze ‘kleinere’ ploeg te gaan rijden. Ik wil mijzelf ontwikkelen en doorgroeien naar de top. Dat lukt niet in korte tijd, daar heb ik tijd voor nodig. De ploeg bood mij de kans om samen de weg uit te stippelen.”

Swinkels spreekt over de ploeg als een echte opleidingsploeg. “Ik kan mijzelf binnen deze ploeg ontwikkelen. Het is echt een opleidingsploeg met veel jonge rensters. Dit betekent dat er een grote groep rensters nog veel moet leren, waaronder ikzelf.” Volgens de 18-jarige renster is dat ook te merken in de uitslagen. “Dat merkten we vooral in het begin van het seizoen, de uitslagen bleven achterwege. Naarmate het seizoen nu vordert zijn we meer gewend in het elite peloton en zijn we meer zichtbaar in het peloton met steeds meer uitslagen in de top 15.”
“De helft van de ploeg is nog belofte, dus dan merk je dat er veel moet worden geleerd.” Volgens Swinkels doen de begeleiding en de mede-rensters er alles aan om de jonge rensters op sleeptouw te nemen. “Naast alle jonge rensters hebben we ook een aantal ervaren rensters binnen de ploeg.Ik merk echt dat ik veel van de anderen leer. We hebben een aantal rensters die al heel veel jaren meedraaien en daar steek ik echt veel van op.”

“Het koersen heeft nu veel meer met wedstrijd-inzicht te maken. Bij de junioren was het gewoon hard fietsen en dan kon je vaak nog goed finishen. Nu moet je echt met een plan starten om resultaat te halen.” Een belangrijk onderdeel van een goed plan is de communicatie binnen de ploeg.

“Je moet constant met elkaar praten om het plan bij te stellen en uit te voeren. Een goed voorbeeld is wanneer je voor iemand de sprint aan trekt. Dan is het belangrijk om zeker te weten dat je met diegene een goede uitslag kan rijden en dat diegene op dat moment nog fit genoeg is om de sprint voor aan te trekken. Je moet keuzes maken en daar moet je het met elkaar over hebben.”

Dit jaar is het voor Swinkels vooral ontdekken tot waar ze toe in staat is. “In de grote WorldTour-klassiekers mis ik nog de echte power voor een goede uitslag. Dat is ook geen probleem want ik weet dat dat vanzelf komt in de komende jaren.” Het is voor Swinkels vooral belangrijk dat ze elke koers met een doel aan de start staat. “Dat hoeft niet perse een goede uitslag te zijn, als je maar een doel hebt. Als je geen doel hebt en alleen kan meerijden word je ook niet sterker. Een doel kan zijn om bijvoorbeeld mee te springen in een ontsnapping, of juist wachten tot in de finale en dan iets doen.” Koersen met een duidelijk doel voor ogen is wel iets wat dit jaar duidelijk in ontwikkeling is . “Dat is heel anders dan bij de junioren, maar dat maakt wielrennen voor mij wel een stuk leuker. Het is heel anders en je merkt op dit niveau goed dat ik grote stappen maak.”

Tijdritkampioen

Eind 2016 werd Karlijn Swinkels wereldkampioen tijdrijden bij de junioren. In Qatar was zij de snelste tegen de klok en ook bij de elite is het tijdrijden een van haar specialiteiten. Toch is het gat tussen de wereldkampioen bij de junioren en een podium plek bij de profs nog groot. “Die echte power en op volle snelheid rijden heb ik nog niet zoals de grote namen als Marianne Vos, Ellen van Dijk, Annemiek van der Vleuten en Anna van der Breggen dat hebben.. De echte profs rijden soms 60 kilometer per uur, terwijl ik op datzelfde stuk de 50 net kan halen. Als het omhoog gaat is het verschil relatief klein, maar zodra het naar beneden gaat of vlak is wordt het verschil wel groter. Ook hier geldt dat die power vanzelf komt als ik de komende jaren zo door blijf gaan.